WODC rapport hate crimes

Recent verscheen het WODC-rapport  van Suzan van der Aa, Jacques Claessen en Robin Hofmann van de Universiteit van Maastricht over de speciale behoeftes van slachtoffers van haatdelicten. Kort door de bocht zijn dat  delicten waarbij de verdachte werd gedreven door vooroordelen tegen het slachtoffers wegens diens ras, geloof, gender, nationale of etnische afkomst, of handicap. Het onderzoek legt belangrijke zaken bloot: het discriminatie-aspect van invloed is op de ernst en de duur van de psychosociale gevolgen van het delict, de aangiftebereidheid onder de slachtoffers is lager, en de slachtoffers ervaren in het strafrechtelijk traject gebrek aan herkenning en erkenning. Het is voor de professionals in het strafrecht, waaronder de mediators in strafzaken, van belang om alert te zijn op signalen dat een ogenschijnlijk “gewoon” delict kenmerken van een haatdelict kan hebben, en daar sensibel op te zijn in het contact met het slachtoffer.

Aan haatdelicten kleeft meer dan bij andere delicten ook een maatschappelijk aspect. Dat vraagt van ons allemaal, en zeker van onze publieke figuren, dat we ons er van bewust zijn niet alleen dat woorden pijn kunnen doen, maar ook dat woorden er toe kunnen leiden dat een ander letterlijk fysiek en psychisch pijn  wordt gedaan. https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2922-speciale-behoeftes-van-slachtoffers-van-hate-crime.aspx